Driekoningen
Op 6 januari wordt door christenen Driekoningen , Openbaring van de Heer of Epifanie gevierd. In de westerse christelijke traditie wordt het bezoek van de drie ‘koningen’ aan het kind in de stal gevierd, de oosters-orthodoxe christelijke kerk viert op 6 januari de doop van Jezus. Het centrale thema is de ‘ goddelijke openbaring’. Zowel het bezoek van de drie Wijzen als ook de doop door Johannes de Doper en de bruiloft in Kaan waar Jezus water in wijn verandert maken deel uit van de ‘Openbaring’. 
Niet vergeten, met Driekoningen wordt de kerstboom opgeruimd. Een kerstboom die er nog staat op 7 januari brengt ongeluk voor het nieuwe jaar!
Drie koningen op weg naar Bethlehem
Het verhaal van de ‘koningen’ wordt beschreven in het evangelie van Matteüs (2):
en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre.

Matteüs beschrijft de komst van magiërs uit het oosten die het Kerstkindje aanbidden en het geschenken geven. Alleen hij beschrijft dit verhaal en noemt ze magiërs, geen koningen. Ook nergens in de beschrijving van Matteüs staat dat het er drie zijn, ze brengen alleen drie geschenken mee: goud, wierook en mirre. Overigens bezoeken de magiërs van Matteüs een huis, geen stal.
Waarom de magiërs juist mirre, wierook en goud meenamen blijft onduidelijk. Goud is kostbaar en zou kunnen wijzen op de ‘Koninklijke’ status van het kind. Wierook ruikt geweldig en de rook stijgt op naar de hemel, een erkenning van de goddelijke status. Mirre werd sinds voorchristelijke tijden al gebruikt om de goden te vereren maar mirre staat vooral voor de sterfelijkheid en de dood. Nog waarschijnlijker is dat hier gewoon de kostbaarste geschenken worden genoemd die men in die tijd kon geven.
De wijzen krijgen een naam
In de middeleeuwen krijgen de koningen namen: Caspar, Melchior en Balthazar. Ze worden de vertegenwoordigers van de drie toen bekende werelddelen: Caspar komt uit Azië, Balthazar uit Afrika en de eerbiedwaardig oude Melchior uit Europa. Caspar is de jongste koning, hij brengt de wierook en heeft een groene mantel aan. Dan komt Balthazar met mirre en een rode mantel en Melchior is de oudste, hij geeft het goud. Soms wordt geschreven dat de Wijzen twintig jaar in leeftijd verschillen, Caspar is dan ten tijde van de geboorte van Jezus twintig, Balthazar veertig en Melchior zestig, zo zijn ze ook vertegenwoordigers van de verschillende levensfasen.
De drie Koningen in Keulen
De apostel Thomas zou de Wijzen hebben gedoopt en tot bisschop gewijd. Volgens de legende zijn ze overleden na de viering van het kerstfeest in het jaar 54, tegelijkertijd. Keizerin Helena zou de resten van de Wijzen hebben ontdekt en bracht deze naar Constantinopel. In de 6e eeuw worden ze door een Milanese bisschop naar Milaan gebracht, waar ze 6 eeuwen blijven. In 1158 wordt de stad ingenomen door de Duitse keizer Barbarossa. Hij liet de relieken naar Keulen brengen en daar zijn ze nog steeds in de Driekoningenschrijn. Caspar, Melchior en Balthazar zijn sinds die tijd de stadspatronen van Keulen. Het stadswapen van Keulen heeft in een rood veld drie kronen die verwijzen naar deze Wijzen. Naast stadspatroon zijn ze ook schutspatroon van reizigers en pelgrims.
Driekoningen is op 6 januari
Net zo onwaarschijnlijk als het is dat Jezus op 25 december is geboren, is het dat de Wijzen op 6 januari bij het Kerstkind waren. Waarom werd het dan 6 januari? Kerstmis in december hebben we te danken aan het heidense zonnewendefeest en zo kreeg 6 januari ook een christelijke betekenis. Driekoningen verving het heidense Dertiendag, dat werd altijd rond 6 januari gevierd. Dertiendag was de afsluiting van de Joeltijd en viel dertien dag na het zonnewendefeest. Driekoningen een kinderfeest
Tot in de 18e was de dag vooral een feest voor kinderen vergelijkbaar met Sint Maarten. Kinderen gingen met lampions in de vorm van sterren langs de deuren om snoep te halen, het werd ‘sterzingen’ genoemd. Veel kinderen droegen kronen ter herinnering aan de ‘koningen’. In sommige plaatsen in Nederland worden nog optochten gehouden tijdens Driekoningen. In enkele landen worden Driekoningen nog gevierd als een soort Sinterklaas met cadeautjes voor de kinderen.
Liedje voor het sterzingen:

Drie koningen, drie koningen
geef mij een nieuwe hoed.
Mijn oude is versleten
mijn moeder mag het niet weten.
Drie koningen, drie koningen
geef mij een nieuwe hoed.
Ook thuis werd het feest gevierd met een ‘Driekoningenbrood’. Op de avond voor Driekoningen werd een brood gegeten waarin een boon of amandel meegebakken was. Wie de boon vond was de ‘koning’ van de dag en de baas in huis. Een andere traditie was het grabbelen naar de ‘koningsbrief’, wie de brief uit een grabbelton trok was de baas op de dag van Driekoningen. Een variant hierop was het grabbelen naar beeldjes van de koning met zijn hele hofhouding, het beeldje dat je grabbelde bepaalde je rol van de dag.

Maar in slecht tijden gingen de armen langs de deuren om aalmoezen op te halen. De meesten waren verkleed tijdens het ‘bedelzingen’ en om herkenning te voorkomen droegen ze vaak ook maskers. In tijden van voorspoed namen de kinderen de traditie over of volwassen gingen ‘bedelzingen’ voor een goed doel.
Weerspreuken bij Driekoningen:
- Als het vriest op dertiendag,dan vriest het dertien weken lang.
- Zoals de wind op Drie Koningen staat,staat hij bijna het hele jaar.
- Als ‘t Drie Koningen is in het land,stapt de vorst in het Vaderland.
- Op Drie Koningen vangt de winter aan.
Copyright ©
EenSpeciaalMoment.
Dit artikel is gepubliceerd op 3 januari 2011